| Vuurtorens van IJmuiden |
|
Lang, heel lang geleden, toen de dieren nog konden praten waren er al vuurtorens. O.a. bij de oude Grieken; de zeer vernuftige vuurtoren de Pharos. Tot 641 na Christus behield de Pharos zijn originele bouwvorm. Omstreeks 700 stortte het bovenste deel in en omstreeks 1100 ging er na een aardbeving weer een groot deel verloren. In 1400, na weer een aardbeving, verdwenen de overblijfselen ook in de zee. Vanwege de grote historische waarde is men nu aan’t proberen deze vuurtoren te bergen. Door Cees Rijkers KanaalIn 1772 kwam een commissie op het idee om de duinen bij Beverwijk te doorgraven en zo Het IJ met de Noordzee te verbinden. Het was economisch gezien niet langer verantwoord om de VOC schepen via Den Helder en Texel over de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer) naar Amsterdam te laten varen. De omweg en de opstakels, zoals laag water en de zandbanken bij Pampus, maakten het onnodig duur. In 1819 werd een begin gemaakt met het kanaal naar Den Helder, in 1824 werd het in gebruik genomen. Het probleem van het aanslibben van Het IJ was echter nog niet opgelost en het Noord-Hollands Kanaal was voor de schepen geen echte verbetering. In 1862 werd besloten tot de aanleg van het Noordzeekanaal en in 1865 startte men met het doorgraven van de duinen en het bouwen van sluizen bij IJmuiden. Tijd was nog geen geld en een mensenleven was niet zo belangrijk. Het onteigenen van land was toen ook veel makkelijker dan het tegenwoordig zou zijn. Onderdeel van het project was ondermeer de aanleg van de Oranjesluizen bij Schellingwoude (1872), ter afsluiting van Het IJ van de Zuiderzee, en de inpoldering van Het IJ. In 1876, 11 jaar later, kon de nieuwe zeeweg door koning Willem III geopend worden, 30 km lang, 160 meter breed en 13 meter diep. Alles moest met moed, belijd en met God’s hulp gebeuren Het kanaal is met de hand (scheppen en kruiwagens) gegraven. De grondwerkers woonden met vrouw en kinderen in hutten (samengesteld uit takken, wrakhout, leem en stro), in gaten in de grond. Telkens moesten ze weer een nieuwe woning graven om dichtbij het werk te kunnen wonen. Sommigen woonden in schuren bij huizen maar moesten daar hoge huurprijzen voor betalen. Ruzies en drankmisbruik onder de grondwerkers kwam dagelijks voor.Havenkom Er waren langs de kust alleen maar duinen en geen natuurlijke havens zoals in Noorwegen. Aan de zeezijde werd, om een haven te creëren, een buitenkom aangelegd, in de vorm van O-benen, op de kop twee zeehoofden met een lichtopstand van rood en groen licht, die men pieren noemt. Deze pieren zijn 2600 meter en 2800 meter lang, met thans aan de zuiderpier een opening om de jachthaven in en uit te kunnen. Holland was van oorsprong één lange kustlijn met hier en daar een riviermonding, zoals bij Katwijk, waar de rivier de Rijn de zee in stroomde. Van de Maasmond tot aan het Vlie (Waddenzee) is één aaneengesloten duinenreeks. Het Marsdiep bij Den Helder is vermoedelijk omstreeks 900 ontstaan. Vele eeuwen was er geen haven of inham waar schepen binnen konden lopen, de platte vissersboten werden op het strand getrokken. Schepen die Holland passeerden bleven ver van de kust met al de zandbanken en ondieptes. Met behulp van een paslood probeerden zij behouden bij het Marsdiep uit te komen. De tijden veranderden, er kwamen havens. Rotterdam, tot voor kort de grootste goederenoverslaghaven ter wereld, Scheveningen en IJmuiden (met z’n enorme golfbrekers) voor de vis. IJmuiden was in de oorlog van 1940-’45 ook een uitvalsbasis voor de Duitsers. Zij maakten een enorme grote, overdekte duikbootbunker, die nu nog in gebruik is als opslagplaats van zout. Citaat uit Staatskrant:Aanbesteding van ijzeren lichtopstanden voor het Noordzeekanaal. De minister van Marine brengt ter kennis van belanghebbenden, dat op dinsdag den 9den November aanstaande, des voormiddags ten elf ure, in het locaal van het Departement van Marine te ’s Gravenhage, ter Griffien van de Provinciale Gouvernementen en van het Hertogdom Limburg, zoomeede ten kantore van den Inspecteur over het loodswezen enz. Te Willemsoord en den Commissaris der loodsen te Amsterdam. Vier dagen vóór den dag der aanbesteding kunnen, des verlangd, inlichtingen worden verkregen bij den Bouwkundige, bij de dienst van het loodswezen enz. alhier. Op dit Bestek zijn van toepassing de Algemeene Voorwaarden voor ’s Rijks Marinewerken, voor zoover zij niet in strijd zijn met de bepalingen, voorkomende in dit Bestek. Strekkende wijders tot informatie van belanghebbenden, dat het Bestek met Tekening verkrijgbaar is gesteld ter Secretarie van het Departement van marine, tegen betaling van 40 cents per exemplaar. ’s Gravenhage, den 21sten October 1875 Minister voornoemd Taalman Kip. Bouw beide vuurtorens Op 30 augustus 1877 volgde derhalve de aanbesteding van de ‘bouw van twee gietijzeren lichttorens’ en op 7 september van hetzelde jaar werd het desbetreffende contract getekend door de directeur van IJzergieterij Schretlen en Co. te Leiden. IJzeren lichttorens. Honderden aan elkaar geschroefde gietijzeren platen vormen de naar boven tapstoelopende torens. Niet alleen de wanden, maar ook de bordessen, trappen, deuren en ramen werden geheel van gietijzer gemaakt. In het bestek was bepaald dat één vierde deel van het gietwerk op 1 februari 1878 voor verzending gereed moest zijn en dat zes maanden daarna de beide torens ter plaatse moesten worden gemonteerd. De totale aanneemsom voor beide vuurtorens bedroeg 71.950 gulden en het plaatsen van de torens nog eens 77.200 gulden. Uniek De IJmuidense vuurtorens met hun klassieke profielen zijn uniek. De vorm doet sterk denken aan een slank opreizende zuil, of de hoog opgaande pijler van een stenen brug: een indruk die nog wordt versterkt doordat de onderste zeven plaatranden door het halfsteensverband een bouwwerk suggereren, opgetrokken uit grantietblokken of zandstenen. Je kijkt als het ware tot op ongeveer twee meter hoogte tegen grote blokken aan en dan, typisch voor de IJmuidense vuurtorens, een ‘zwembandje’ om hun middel, om de overgang van groot naar klein te kunnen bewerkstelligen. Natuurlijk is het ingewikkelder dan het bouwen met bakstenen, die allemaal precies even groot zijn. Daar staat echter tegenover dat de ijzeren vuurtorens vele malen lichter zijn. Zo zijn er nog vele voordelen voor gietijzer te noemen, bv geen oponthoud door getij verschillen, transportkosten, bouwsnelheid enz. De IJmuidense vuurtorens stonden er binnen een jaar, terwijl de bouwtijd voor bijvoorbeeld Haamstede (1840) drie jaar in beslag nam (steen). Halve vuurtoren In IJmuiden spreekt men van de binnenvuurtoren en de buitenvuurtoren. De binnenvuurtoren staat landinwaards en de buitenvuurtoren staat aan zee. Rond 1909 moest de buitenvuurtoren om navigatieredenen worden verlaagd. De vaargeul moest breeder en dieper worden, waardoor je ook een andere lichtenlijn krijgt. Vanuit zee moet men, om veilig binnen te kunnen varen, altijd de vuurtorenlichten op één lijn zien. Om de gietijzeren vuurtoren te verlagen was niets eenvoudiger dan: de bovenste drie lagen losschroeven, op een vrachtboot laden en naar Vlieland varen (Vlieland had geen vuurtoren meer, de stenen vuurtoren was afgebroken), en daar weer keurig in elkaar zetten op de bestaande stenen onderbouw op het vuurboetsduin. Het is niet algemeen bekend dat de Vlielandse ‘halve’ vuurtoren uit IJmuiden komt.
Eerst de kop eraf, dan doormidden en alsof dat nog niet genoeg was werd de ‘lage’ vuurtoren in 1966 nog eens zo’n 40 meter verder geplaatst. Opgetild, op rolletjes gezet en zo naar de nieuwe lichtplaats gerold en op een nieuw voetstuk geplaatst. Zijn oude hoofd (lichthuis) staat nu als monument aan de noordzijde van het Noordzeekanaal, even voorbij de veerpont. De oude dame kreeg een nieuw ‘hoofd’, om weer als voorheen, maar drastisch verjongd, op zee te schijnen en de schepen weer veilig IJmuiden binnen te loodsen. Poezen De best bewaakte vuurtoren van Nederland is wel het lage licht van IJmuiden. Sinds jaar en dag wonen rondom de vuurtoren zo’n 35 poezen en katten van diverse pluimage. Ooit is het natuurlijk met één zwerfkat begonnen en langzaam uitgebreid. Uiteindelijk is de dierenbescherming zich er mee gaan bemoeien. Elke dag geven zij de katten eten en drinken en op feestdagen een extra lekker hapje. De katten worden voor sterilisatie naar de dierenarts gebracht, zodat de kolonie zich niet meer uitbreidt, alleen als er nieuwe loslopende katten bijkomen. Vanuit de Semafor, naast de vuurtoren, houdt men een oogje in het zeil, wat scheepsbegeleiders wel gewend zijn, tegen kattenkwaad, dierenmishandeling en vernielingen. Wat nog meer? De vuurtorens staan ongeveer op 640 meter en 1060 meter van de sluis. De top van een vuurtoren heeft bij zware storm een uitslag van 50 tot 60 cm, de lichtbundels moeten echter horizontaal blijven. Om dit te verwezelijken werd de lichtbundel op een tafel gemonteerd die in een bak met kwik dreef (lekker gezond). Door middel van gewichten aan een kabel werden de lichten als de wijzers van een klok rondgedraaid. Eén van de taken van de lichtwachters was om iedere avond de gewichten op te trekken. De jaarwedde in 1879 Harsman en Berry van der Horst waren twee van de eerste drie lichtwachters. Zij werden in 1879 aangesteld door de Rijks Kustverlichting op een jaarwedde van 350 gulden, plus vrij wonen, tesamen 400 gulden waard. Bepaald geen vetpot voor vader Van der Horst met zijn veertien kinderen en vrouw. Gelukkig is er wat dat betreft in het honderd en zevenentwintig jarig bestaan van de vuurtorens wel wat veranderd. Voor die aanstelling moest Van der Horst ook nog eens 10,21 gulden aan administratiekosten betalen, meer dan een weekloon. Samen met de twee andere lichtwachters had hij dag en nacht (zaterdagen, zondagen, Kerst, nieuwjaar, Pasen, kortom altijd) dienst op één van de vuurtorens. Eén lichtwachter moest altijd bij de lampen zijn, één sliep er in de vuurtoren en nummer drie was vrij. Hard werken, veel poetsen en het verwijderen van roet en condens. Op twee verdiepingen van de vuurtorens zijn twee bedsteden en twee kasten getimmerd, hoog twee meter. Het rinhout is van dennehout en het beschotwerk, de bed- en strooplanken, van vurenhout. We hopen, en weten haast wel zeker, dat onze vuurtorens nog wel 127 jaar mee kunnen gaan met hun vertrouwde lichtbundels over nachtelijk IJmuiden. Zij zijn een baken voor het langsvarende schip en een veilige wegwijzer voor de mensen op de brug van onze schepen op weg naar verre landen en voor onze thuisvaarders en vissersvloot. Bronvermelding: Archief Cees Rijkers Nieuwsblad IJmuiden Redactie Hofgeest en Jutter t.a.v. Frizo Huizinga Marije Dekker Dierenbescherming Eef Limmen-Santport foto’s copyright Cees Rijkers
|
||||



Lees de Engelse versie van dit artikel
Alles moest met moed, belijd en met God’s hulp gebeuren Het kanaal is met de hand (scheppen en kruiwagens) gegraven. De grondwerkers woonden met vrouw en kinderen in hutten (samengesteld uit takken, wrakhout, leem en stro), in gaten in de grond. Telkens moesten ze weer een nieuwe woning graven om dichtbij het werk te kunnen wonen. Sommigen woonden in schuren bij huizen maar moesten daar hoge huurprijzen voor betalen. Ruzies en drankmisbruik onder de grondwerkers kwam dagelijks voor.
Citaat uit Staatskrant:

