Cover

Subscribe to our magazine

Receive our bi-monthly magazine delivered to your door. Pay online or download a subscription form.

Reader's Comment

Holland Focus is een erg goede publicatie. Alle lof! Leuke artikelen, zoals ook over Hotze de Roos in het september/oktober nummer! Vriendelijke groet,
Christine Hoefkens

Who's Online

We have 11 guests online
Suyderzeese Vuur Bakens
Op last van de burgemeester van Amsterdam, Nicolaas Witsen, werden in 1700 drie grote vuurtorens gebouwd om de scheepvaartroute naar Amsterdam te verbeteren en de welstand, economie, te verhogen. Veel handel kwam in die tijd uit het verre oosten en van de landen rondom de Oostzee. Het Noordzeekanaal was nog niet gegraven, dus moesten alle schepen via Den Helder over de Zuiderzee en men moest ook rekening houden met eb en vloed.
In 1598 waren er bij het eiland Wieringen al vuurbakens om de schepen naar de Zuiderzee te leiden.
Na de opdracht van Nicolaas Witsen zijn er drie identieke, vierkante vuurtorens gebouwd: De Ven in Enkhuizen, Hoek van ’t IJ bij Durgerdam en Het Paard van Marken.
Door Cees Rijkers
suyderzeesevuurbakens
MARKEN

Waar de vuurtoren, Het paard van Marken, staat, werd vroeger op een stookplaat een echt vuur brandend gehouden voor de scheepvaart.
Marken is altijd een eiland in het IJsselmeer geweest. Sinds men er met droge voeten over kon lopen is het bewoond geweest.
Men leefde er van de visserij en zelfs nu is de paling van Marken nog wereldberoemd.

paardvanmarkenOostpunt
Na 139 jaar trouwe dienst is de vuurtoren op Marken afgebroken en vervangen door een nieuwe ronde vuurtoren, deze werd door rijksbouwmeester J. Valk ontworpen. De oude vuurtoren werd tot één meter boven de grond gesloopt. Het restant werd gebruikt als basis voor de nieuwe toren. De duur van de bouw is niet bekend.
Deze zestien meter hoge vuurtoren is sinds 1970 een rijksmonument.
Aan de oostzijde, links van de ingang, bevindt zich een mooie gebeeldhouwde marmeren plaat. Deze gedenkplaat werd door de Amsterdamse beeldhouwer Jacob Ebbelaer vervaardigd. In en rond Amsterdam staan nog steeds beelden van hem.
De gedenkplaat kwam van de oude vierkante toren en is na een grondige opknapbeurt aan de muur van de nieuwe vuurtoren geplaatst.
In 1884 kreeg de vuurtoren een mistbel, aangedreven door een uurwerk waarvan het gewicht elke anderhalf uur moest worden opgehesen.
In 1919 werd de bel vervangen door een misthoorn. De bel werd alleen nog in noodgevallen gebruikt.
De motor, die de luchtpomp voor de misthoorn aandreef, werd in de machinekamer ondergebracht. Die motor werkte op dieselolie, via een steiger aan de noordzijde kon de ‘olieboot’ de diesel leveren.
Inmiddels is de misthoorn ook weer verdwenen.
Later werd er tegen de toren een lichtwachterswoning geplaatst. In de oude situatie stond de vuurtoren los van het woonhuis, wel verbonden door een “hossie” (bijkeuken).

Door al die verbouwingen en veranderingen heeft de vuurtoren een karakteristieke vorm gekregen en met een beetje fantasie herkent men er een paard in, vandaar de naam ‘Het paard van Marken’. De toren staat aan’t einde van een landtong, voor je gevoel midden in het IJsselmeer, en is een juweeltje in zijn soort.
Generaties lang is de vuurtoren bewoond geweest door de Visser-familie. Al in 1918 komen Pieter, Neeltje, Dirk, Eefje en Klaas Visser in de boeken van Marken voor.
Tegenwoordig varen de grote schepen niet meer via het IJsselmeer, zij kunnen helaas niet door de sluizen Korwederzand en Den Oever op de Afsluitdijk.
De garnalenvloot en mosselvissers nemen de korte route via Amsterdam naar de Waddenzee. De binnen- en recreatievaart maken ook gebruik van deze route.
Thans is het vuurtorenlicht van Marken nog een onderdeel van het stelsel van betonning en bebakening dat heel het IJsselmeer, Markenmeer en de Gouwzee omvat.

ijsIJs
Het IJsselmeer was in de winter van 1962-63 dichtgevroren en men reed met auto’s over het ijs. Er zijn toen ook diverse toertochten en wedstrijden op het IJsselmeer gehouden.
Aangezien het IJsselmeer door nogal harde oosterwinden wakker geschut kan worden, soms windkracht 9, is het er vaak kouder dan elders in het land. Het ijs gaat tijdens die stormen kruien en stapelt zich op in één hoek van het IJsselmeer. In 1971 kwamen de ijsschotsen door de ramen van de vuurtoren naar binnen. Men vermoedt dat de vuurtoren en het woonhuis dat jaar zelfs enkele centimeters verplaatst zijn.
Gebruikmakend van verbeterde gereedschappen wordt het ijs nu beter tegenhouden en daardoor is er geen gevaar meer te verwachten van het kruiende ijs.

Koepel van de vuurtoren
De vuurtoren heeft ook een nieuwe koepel (lichthuis). De oude koepel staat als attractie aan de Markerhaven naast het station van de Reddingsmaatschappij.


ENKHUIZEN
Het tweede Suyderzeese Vuur Baken
Aanvankelijk stond deze vuurtoren buitendijks.
Onder de vuurtoren zit een grote kelder waar nu materialen opgeslagen worden, maar die vaak bij zware storm en hoogwater onderliep toen de toren buitendijks stond. Op de Zuiderzee was nog eb en vloed.
De ingang van de toren was 2 meter hoog en bij niet al te hoog water alleen bereikbaar via een stenen trap. Naast de deur is een voorziening om een bootje vast te leggen.
Later werd de dijk verlegd, zodat de vuurtoren nu binnendijks staat en daardoor geen last meer had van het getijde. Ook werd er toen een lichtwachterswoning naast de vuurtoren geplaatst. Het woonhuis was via een loopbrug met de vuurtoren verbonden, in de vuurtoren is dat nog te zien.
De toren is genoemd naar de streek ‘De Ven’, ook bekend als de Gelderse Hoek. De ontwerper van de vuurtoren is, zover ik weet, niet bekend.
enkhuizenBoven de ingang staat op een gedenkplaat, dat de vuurtoren is gebouwd in opdracht van de burgemeester van Amsterdam (net als Marken en De hoek van het IJ).
In 1819 is de vuurtoren uitgebrand, omdat de binnenmuren betimmerd zijn met hout. De schade was zo groot, dat ook het lichthuis werd vernield; alleen de buitenmuren stonden nog. Men plaatste toen ‘tijdelijk’ noodverlichting voor de scheepvaart, het heeft twintig jaar dienst gedaan.
Na de twintigjarige verbouwing kon de vuurtoren weer in zijn oude luister worden hersteld. Op 18 mei 1839 werd het nieuwe licht ontstoken. De route werd door deze olielamp een stuk veiliger, pas in 1883 kwam er elektrisch licht en werd er een optiek (glazen lenzen) geplaatst (nog steeds aanwezig). Gelijktijdig werd ook op de ‘Lange Jaap’ te Huisduinen en Stavoren een soortgelijke optiek geplaatst.
Tot ver in de twintigste eeuw stond er een seinpaal naast de vuurtoren, die door middel van dagmerken en bollen aanwijzingen over wind, water en storm gaf aan de passerende schepen.
Op het lichthuis van de toren staat een heel mooie ‘walmbol’, die er voor zorgt dat de condens van de ramen naar buiten kan en er van buiten geen regen bij het optiek kan komen. Eén nadeel heeft het IJsselmeer, het barst er van de muggen, die in grote hopen op de vloer van het lichthuis liggen.
Naast het witte licht is er ook een rood en groen sector licht. Dit om aan te geven dat er ondieptes zijn en dat men de vaargeul aan moet houden om behouden in Den Oever of Enkhuizen te komen. Het is een prachtige vuurtoren: spierwit met een rode muts en het rode dak van de lichtwachterswoning, dat recentelijk geheel gerestaureerd is.

DURGERDAM
Op 26 november 1699 ordonneren de Staten van Holland en West Friesland, dat op de uiterste punt van de polder IJdoorn een licht moet komen voor de scheepvaart. Ook op het eiland Pampus, de strekdam van Diemen en het Blauwe Hoofd kwamen lichten.
Allemaal onder toezicht van de burgemeester van Amsterdam, Nicolaas Witsen.
In 1828 had koning Willem opdracht gegeven aan zijn ingenieurs om een kanaal door Marken, Waterland en Schellingwoude te graven, een zeer gedurfd plan, dat via de polder IJdoorn in het IJ uitkwam. De Gouwzee moest afgesloten worden en er zou een dam tussen Marken en de Jan Hagelhoek (bij Monnickendam) worden aangelegd. De dam ligt er nog steeds en ook een piramidevormig betonblok, maar het is bij de plannen gebleven. Aan het eind van de dam staat wel een mooi licht dat de vaarweg naar o.a. Marken aangeeft. Op het betonblok staat nu een kunstwerk. Eerst stond er een van metaal geconstrueerde reiger, die met gekruiste poten reikhalzend omhoog naar de vrijheid keek, deze reiger werd gestolen. Fred Roskam uit Zuidwolde heeft een nieuwe reiger (uit roestvrij materiaal) ontworpen. Het betonblok is een officieel baken voor de scheepvaart, dus Rijkswaterstaat moest toestemming geven voor het plaatsen van de reiger, een uniek baken.

Bouw vierkante toren ‘De hoek van’t IJ’
Op 3 juni 1700 werd de eerste steen voor de vuurtoren gelegd. Men had op goed zomerweer gewacht, omdat het bouwmateriaal over het water aangevoerd moest worden. Een jaar nadat de Staten van Holland en West Friesland accoord waren gegaan met de bouw, erg snel voor die tijd. Jan van der Heyden leverde de olielamp. De negentien meter hoge vierkante vuurtoren ‘De lantaarn van Ydoorn’ werd voor 9,000 gulden uit IJsselsteentjes opgetrokken. Gebakken in Kampen, aan de Delta van de IJssel, aan de overkant van het IJsselmeer.
Amsterdam was erg belangrijk voor de VOC.

Het fort en het eiland Pampus behoorden tot de kustbatterij ‘De Stelling van Amsterdam’ (1809). Er stonden daarom veel kanonnen op het eiland. In 1885 zijn die kanonnen vervangen.
Defentie onderhield het in eerste instantie erg goed. Men verdeelde de vestingwerken in klassen.
De Pampus was vanaf 1887 een vestingwerk eerste klas. Vanaf 1926 was het derde klas, vanaf 1951 zijn geen klassen meer en is op 27 augustus 1957 opgeheven als vestingwerk.
Tijdens de mobilisatie van de eerste wereldoorlog was het eiland door soldaten bezet.

durgerdamIJzeren lichtopstand 1893
Toen het Noordzeekanaal, van IJmuiden naar Amsterdam, werd gegraven, verloor de vuurtoren van Amsterdam (het IJ) aan betekenis.
De vierkante bakstenen vuurtoren (hetzelfde model als Marken en Enkhuizen) werd ter plekke vervangen door een vijfhoekig, gietijzeren lichtopstand. De lichtopstand was echter één meter korter dan de vuurtoren. De mooie marmeren gedenkplaat van de vuurtoren werd aan de noordelijke muur van de nieuwe lichtwachterswoning bevestigd.
 Aan het IJ kwam een steiger en aan de noordkant van Durgerdam een loopbrug, zodat de kinderen van de vuurtorenwachter niet meer van het weer afhankelijk waren om naar school te kunnen gaan. Voorheen was het alleen per boot bereikbaar.
In 1818 nam de eerste vuurtorenwachter, Steven van de Berg, zijn intrek op het eiland. Steven was een visser uit Durgerdam, die (als bijbaan) lichtwachter werd. Al spoedig bleek dat die bijbaan zoveel tijd in beslag nam, dat het vissen meer een hobby werd. Rondom het eiland stond het toch nog vaak zwart van de fuiken.
Acht jaar later wordt Steven opgevolgd door zijn aangetrouwde neef, Jan Engel, het begin van de ‘Engel-dynastie’. In 1892 volgde Jan’s zoon hem op en Dirk Engel (1926) volgde (vijfde generatie) zijn vader weer op. Op 13 oktober 1943 werd Jan Engel geboren en liet al heel jong blijken dat hij ook vuurtorenwachter wilde worden. Toen Jan 18 was gebeurde er echter een ramp; zijn vader Dirk overleed en Jan was te jong om het over te kunnen nemen. Moeder Cornelia was de reddende engel. Zij was hulpvuurtorenwachter en kon de functie van vuurtorenwachter op zich nemen met Jan als hulpwachter.
Na vijf jaar was Jan oud genoeg en werd hij officieel de zevende Engelbewaarder, een geuzennaam die de schippers hem gaven. Hij was de laatste vuurtorenwachter. Meer dan 150 jaar hadden generaties van de Engel familie op de vuurtoren gewerkt. In 1981 werden vanwege bezuinigingen de vuurtorenwachters van Marken, Urk en De hoek van’t IJ aan de kant gezet. Jan Engel liet het er niet bij zitten, de pleziervaart begon een beetje op gang te komen en die had een vuurtoren nodig.
De binnenvaart protesteerde via het vakblad ‘Schuttevaer’ tegen Jan’s ontslag en ook de sluiswachters van de Oranjesluis kwamen in opstand. Het besluit werd teruggedraaid en Jan kon blijven. Jan haalde diploma’s, moest nu ook de betonning controleren, letten op illegale olielozingen, assisteren bij de zandwinning in het Markermeer en de Gouwzee en ook nog de scheepvaart begeleiden. Jan’s vader had nog het ministerie voor de Marine en Koloniën als werkgever, maar Jan werkte gewoon bij Rijkswaterstaat, directie IJsselmeer en IJsselmeerpolders. In september 2004 vertrok Jan weer van het eiland, maar nu definitief. Het licht is daarna kort gedoofd geweest, maar op herhaald verzoek van de scheepvaart brand het licht weer op de vuurtoren De hoek van’t IJ.

Bronvermelding:
Archief Cees Rijkers
Jaap van Dam
Guus Mahler
Dorine van Hoogstraten
Directie Rijkswaterstaat
Het Parool (krant)
 

Gift idea

Want to surprise someone? Why not give a subscription to Holland Focus? As a bonus for existing subscribers, we will extend your subscription with 1 free extra edition! More details on Subscribe... (don't forget to tell us who you are)

Send an E-Card

E-CardClicke here to send a free Holland Focus e-card to your friends and family.

Colouring Picture

Colouring PictureSpeciaal voor de Troonswisseling.
Fun for the children! Download a full size picture here.